We spelen ons Verdwaald Verlangen in de kerk van Wehe den Hoorn, het Marnehoes.

Ik rij met mijn Fiat Panda vol ongemakkelijke decoronderdelen naar de speelplek en het is de vraag, hoe dicht ik bij die speelplek kan komen. Dit keer heb ik geluk. Er is een begaanbaar steentjespad, dat tot 15 meter van de kerkdeuren komt. Het pad wordt gelukkig niet geblokkeerd door het Amsterdammertje, waarmee de buurman even later aan komt zetten.
‘Wordt het druk?’ vraagt ie. ‘Ik denk het wel, want ik moet optreden’ zeg ik gevat. De man grinnikt. ‘Dus jij bent vanavond de clown?’ Ik knik. Ik pak wat decorspullen en loop weg. De man blijft rustig wachten. In de kerk zeg ik tegen de huistechnicus: ‘er staat een man met een Amsterdammertje buiten. Kan dat kwaad?’ ‘Wees vooral aardig tegen hem, want hij kan niet zo goed tegen theatermakers,’ is het antwoord.
‘Dus jij kan niet zo goed tegen theatermakers?’ vraag ik de man met de paal. Dit keer lacht hij breeduit. ‘Zo, zeggen ze dat? vraagt ie en dan brandt hij los.
Een paar weken geleden waren er ook een paar clowns en die waren te lui geweest om de spullen de laatste 15 meter over het voetpaadje te sjouwen. Die reden hun vrachtwagen over het gras van het kerkhof, manouvrerend tussen de stenen om maar zo dicht mogelijk bij de kerkingang te komen.
‘Ik geloof helemaal nergens in, ik ben vrachtwagenchauffeur geweest op het buitenland, maar je gaat toch niet over die graven rijden? Een beetje respect!’
Hij was de kerk ingegaan en had gezegd: ‘weg met die wagen!’ Daar hadden ze daarbinnen geen zin in. ‘Dat doen we wel als we er aan toe zijn,’ was het antwoord.
‘Ik zeg het nog één keer! Weg met die wagen. Nu!’
‘Later, als we er aan toe zijn. We zijn nu bezig.’
Hij wachtte nog heel even, maar er kwam geen beweging. Toen stond hem nog maar één ding te doen. Hij liep zijn tuin in, pakte zijn Amsterdammerje en plaatste het aan het begin van het oprijpad: zijn oprijpad! Het lange wachten kon beginnen.
Het laat zich raden, dat toen ze hem na de voorstelling kwamen vragen of hij die paal even wilde weghalen, dit antwoord kwam: ‘Dat doe ik, als ik er aan toe ben!’
Het heeft al met al wel even geduurd voor onze chauffeur er aan toe was. Het was dat de plaatselijke politie er, grinnikend, na twee uur ernstig bij hem op aandrong, anders had hij ze wel een nachtje in de kerk willen laten slapen.
Het eind van het verhaal is, dat ook vanavond de Amsterdammer op het pad komt, maar er is één verschil: ik weet dat de sleutel onder de vuilnisemmer in zijn achteruin ligt en mag hem straks gewoon weghalen. Waar luisteren al niet goed voor is.